De geschiedenis van de site

Prehistorie

De geschiedenis van Alésia begint niet met de veldslag van 52 v.Chr. De Mont-Auxois en omgeving hebben sporen van oudere bewoning opgeleverd: een eerste vestingwal en graven uit het Neolithicum en, voor de daaropvolgende periode, een reeks vondsten (afzettingen van metalen voorwerpen, begraafplaatsen) tonen aan dat de toekomstige locatie van Alésia al vanaf de bronstijd (2300-800 v.Chr.) een gebied was dat door een krijgsadellijke klasse in ere werd gehouden. 

De Gallische periode

Tegen het einde van de 2e eeuw v.Chr. groeide Mont-Auxois uit tot het belangrijkste oppidum (versterkte nederzetting) van het Gallische volk van de Mandubiens, in een tijd waarin alle Gallische volkeren dergelijke nederzettingen stichtten. De archeologie geeft een algemeen beeld van deze Gallische stad: een nederzetting die werd verdedigd door een Gallische vestingwal, een centrum voor ambachtelijke productie (keramiek, metaalbewerking), een locatie waar waarschijnlijk cultusplaatsen waren gevestigd, en een plek voor politieke bijeenkomsten en banketten. 

52 v.Chr., De belegering van Alesia

In de zomer van 52 v.Chr. vestigde het Gallische leger onder leiding van de Arverne Vercingétorix zich in het oppidum van Alesia, met het doel het leger van Caesar in moeilijkheden te brengen. De Romeinse generaal, die enkele weken eerder bij Gergovia was teruggedrongen, zag namelijk af van een aanval op de stad Alésia en besloot deze te belegeren. Gedurende meerdere weken vochten tienduizenden strijders tegen elkaar. Archeologisch onderzoek op de locatie heeft zeer belangrijke overblijfselen van de Romeinse belegeringsversterkingen aan het licht gebracht, evenals honderden stukken Romeinse en Gallische uitrusting, waardoor dit gebeuren van buitengewone omvang in beeld kan worden gebracht. 

Gallo-Romeinse periode

Na het vertrek van de legers van Caesar komt het Gallische oppidum weer tot leven en ondergaat het geleidelijk een transformatie. Er wordt een monumentaal centrum aangelegd: dit omvat de belangrijkste gebouwen van Romeinse steden, wat vanaf dat moment de integratie van de lokale bevolking in het Romeinse Rijk en zijn beschaving markeert. Er zijn talrijke ambachtslieden, die rijk worden en de stad tot bloei brengen dankzij hun opmerkelijke technische vaardigheden, met name op het gebied van de bronsbewerking, terwijl zich aan de rand ervan een grote, aan Apollo gewijde cultusplaats ontwikkelt. 

Vroege Middeleeuwen

Terwijl de oude stad geleidelijk in verval raakte, werd in de 5e eeuw vlakbij het oude Romeinse theater een eerste christelijke kerk gewijd aan de verering van de heilige Reine. Deze kerk, omringd door een begraafplaats, bleef wellicht bestaan tot in de 9e eeuw, toen de relikwieën van de heilige werden overgebracht naar het nabijgelegen Flavigny. Dit betekende het einde van de bewoning van de Mont-Auxois. 

19e eeuw

In de 19e eeuw raakten wetenschappers geïnteresseerd in de vindplaats Alésia en brachten ze de eerste belangrijke overblijfselen aan het licht. Tussen 1861 en 1865 gaf keizer Napoleon III, die bezig was met een biografie over Julius Caesar, opdracht tot opgravingen rond de Mont-Auxois, op zoek naar de Romeinse kampen uit de tijd van het beleg. In 1865 liet hij ook het beroemde standbeeld van Vercingétorix oprichten, waarmee hij bijdroeg aan het ontstaan van de Gallische mythe. 

20e eeuw

Vanaf het begin van de 20e eeuw werden de opgravingen opgevoerd en kwamen beetje bij beetje de overblijfselen van de Gallische en Gallo-Romeinse stad aan het licht: openbare bouwwerken zoals het theater, de tempel en zijn portiek, de basiliek, het plein en de winkeltjes, maar ook woningen en ambachtelijke werkplaatsen. De onderzoeksprogramma’s die tot op de dag van vandaag worden uitgevoerd, openen regelmatig nieuwe perspectieven.

Ontdek de geschiedenis van de opgravingen